Hoop, Geloof en Vertrouwen
2013
Hoop, Geloof en Vertrouwen

Congres ADG Dienstengroep inspireert met verborgen symboliek

De toekomst maak je zelf

De toekomst komt vanzelf. Altijd. Ook als je niets doet. Maar vrijblijvend afwachten is niet aan de orde eind oktober op het congres van de ADG Dienstengroep. Werk aan de toekomst die je wenst, propageren gastsprekers Jan Kees de Jager, Lucien Engelen en Paul de Blot. Toon hoop, geloof en vertrouwen in jezelf. En dat hoeft heus niet altijd rechtstreeks, bewijst het inspirerende programma. Een dosis verborgen symboliek mag best.

Een bergbeklimmer die op de rand van de afgrond een helpende hand krijgt. Een pubermeisje met kanker dat haar kale hoofd in haar spiegelbeeld met een viltstift voorziet van een weelderige bos krullen. Een hoogzwangere vrouw met beide handen beschermend om haar bolle buik. Het zijn treffende beelden uit de slideshow die de opmaat vormt van het ADG-congres onlangs in theater Spant! in Bussum. Treffend, want de sfeervolle foto’s verwijzen overduidelijk naar het thema dat dit jaarlijks terugkerende, informatieve evenement deze keer heeft meegekregen: ‘Hoop, geloof en vertrouwen’. Over de pregnante beelden heen, repeterend als een mantra, de hit I would stay van de Nederlandse popband Krezip: ‘I have to learn, have to try, have to trust (…)’.

De aanzet is gegeven. Symboliek spreekt. En klinkt bij dat thema niet ook een drietal gebeden uit de katholieke liturgie door? Gebeden waarin de mens kan vertrouwen op de bescherming van God. Of  dat we ons kunnen laten leiden door de ervaring en deskundigheid van anderen? Dat lijkt op zich nogal passief allemaal. Moeten de talrijke in Spant! verzamelde congresdeelnemers dan maar gewoon het gunstige tij afwachten? Integendeel, tonen de gastsprekers aan.

‘One step into a new time’ orakelt humanoid en stemkunstenaar Niek Bos als hij met overdonderend geluid en een komische act de zaal opwarmt, waarna dagvoorzitter Femke Halsema geroutineerd de leiding van het programma in handen neemt. De ex-politica nodigt Ron Steenkuijl, commercieel directeur van Asito, uit het congres te openen. Die veegt in zijn rede gelijk de vloer aan met de veronderstelde passiviteit.

“Dit is Nina”, legt hij uit bij een foto van een 6-jarig meisje. “Meisjes die nu 6 jaar oud zijn, kunnen naar de laatste wetenschappelijke bevindingen gemakkelijk 100 worden.  

Wat wordt er van Nina zonder dat ze geloof, hoop of vertrouwen heeft”, vraagt Steenkuijl zich bezorgd af. “Zonder die drie zaken heeft ze geen toekomst”, houdt hij zijn gehoor voor. “Hoop doet leven. Dat is weliswaar geen nieuwe gedachte, maar dat betekent niet dat wij ons daarom vrijblijvendheid kunnen permitteren. Wij hebben een stip aan de horizon nodig, een stip waar we naartoe willen werken. Ik geloof er dan ook rotsvast in dat elke organisatie geloof, hoop en vertrouwen verdient. Dat is niet opportunistisch of naïef. Eerder een uiting van dat we samen de kracht van het verschil waarmaken.”

Zijn woorden klinken nog na als de 11-jarige accordeonist Johan Wiersma van de Academie Muzikaal Talent vervolgens bewijst dat gedrevenheid en passie echt verschil kunnen maken. Met zijn subtiele spel bindt hij de aandacht van de complete zaal. Heeft de jeugd niet de toekomst? 

Dagvoorzitter Halsema komt daarna echt goed op toeren. In een kort rondje introduceert zij de drie gastsprekers. Wellicht dat de selectie van dit trio tot stand is gekomen met enige willekeur. Opmerkelijk is echter dat je bij elk afzonderlijk verhaal van dit driemanschap heel gemakkelijk kunt spreken van de symbolische trits van mens, geest en materie waarmee de toekomstige tijd aangepakt kan worden.

Als verbeelding van de menselijke factor doen we Jan Kees de Jager, voormalig minister van Financiën, zeker niet te kort. In zijn persoonlijke relaas over ondernemerschap en de woelige en indrukwekkende wereld van nationale en internationale politiek staat zijn imago van nuchtere, hardwerkende en optimistische polderjongen immers als een huis. Passiviteit past bepaald niet in zijn lexicon. Grappig is zijn verhaal waarin hij als startend ondernemer te maken krijgt met de directeur van een bedrijf die met hem mee wil rijden. De Jager is echter op de afspraak verschenen met een dertien jaar oude, gare bak die met duct tape bij elkaar gehouden wordt en waar het instappen aan de rechterkant dient te geschieden via het openstaande raam.

Als De Jager enige jaren later door J.P. Balkenende gevraagd wordt als staatssecretaris van Financiën, leert hij al snel de macht van het ambt kennen. Een luchtig grapje over vermeend zwart geld bij Chinese restaurants mondt uit in een landelijk gecoördineerde inval bij vele van dergelijke oosterse eetgelegenheden. ‘Je had er toch opdracht voor gegeven’, krijgt de verbaasde, debuterende staatssecretaris van zijn ambtenaren te horen.

Ronduit hilarisch is zijn verslag over zijn ontmoeting met George W. Bush tijdens een wereldtop naar aanleiding van de financiële crisis. Minister-president Balkenende werd weggeroepen, zodat De Jager de honneurs moest waarnemen. Bush stond ter begroeting op het bordes van het Witte Huis te wachten. De marmeren vloer ervan was echter kletsnat geregend en de zolen van De Jager gleden weg. Slippin’ and sliding ‘schaatste’ De Jager naar Bush toe om maar vooral geen figuur te slaan voor de ‘pakweg zeshonderd journalisten’ die met hun camera’s de ontmoeting vastlegden. De stevige, dubbele handdruk die hij uitwisselde, was dan ook vooral bedoeld om overeind te blijven.

De Jager die zichzelf afficheert als ‘gefundeerde optimist’ verbindt zijn levenshouding met het thema van het congres in de weergave van enkele wereldwijde megatrends: ”Mijn optimisme voor de toekomst is op de eerste plaats gestoeld op de digitaliseringsslag. Bijna 90 procent van alle data van heel de mondiale, menselijke geschiedenis is van de laatste 2 jaar.” Verder constateert hij een demografische verschuiving door de groei van de middenklasse met name in China en India. Tevens spelen de verhuizing van de wereldmacht gemeten naar BBP een rol voor een betere toekomst, net als de clean tech (meer groene energie) en de reshape van de financiële orde bij banken.

Bij zijn optimisme voor de toekomst voelt De Jager zich geruggensteund door de visie van Kishore Mahbubari, een van de grootste denkers van deze tijd. “Die mondialisering is gunstig voor ons. Weliswaar wordt Europa economisch minder belangrijk. Maar een beetje van veel, is beter dan alles van weinig.”

“Een leven als een spannend jongensboek”, constateert Femke Halsema. “Ik had er niets van willen missen”, rondt De Jager af.

En dan is er weer muziek. De 12-jarige Vera Beumer speelt op haar viool Allemande uit Partita nr. 2 van J.S. Bach. Melancholische klanken uit een ver verleden vertolkt door een modern jong muzikaal talent. Of daar toekomstmuziek in zit?

Symbolisch vertegenwoordiger van de materie is Lucien Engelen. In zijn functie als directeur Reshape & Innovation Center van Radboud UMC zoekt hij voortdurend naar allerlei technische oplossingen om medische zorg efficiënter en goedkoper te maken. Ook hem is gelatenheid vreemd. “Noem mij gerust een technologie-optimist. Nieuwe ontwikkelingen als machines die een oncoloog bijstaan in de strijd tegen kanker, stemmen mij hoopvol.” Andere voorbeelden van innovatieve techniek zijn een dokter in een smartphone en een pak waarmee iemand met een dwarslaesie zomaar een paar uur zelfstandig kan lopen. “Daar zijn miljoenen rolstoelzitters in de hele wereld mee geholpen.”

Engelen gaat daarnaast uitgebreid in op een bril met ingebouwde computer. “E-mail lees je af aan de binnenkant van het brillenglas en je kunt er ook mee op Facebook”, demonstreert Engelen, terwijl hij een foto van de zaal maakt en die in een mum van tijd op internet zet. De medische toepassingsmogelijkheden zijn evident. Een collega kan bijvoorbeeld op afstand direct en gericht op de handen meekijken bij gecompliceerde chirurgische ingrepen. “Maar het gaat nog verder”, profeteert Engelen. “Straks hebben we zelfs contactlenzen met dezelfde capaciteiten. En nog verder, ingebouwd in het oog.”

Toch komen de grootste veranderingen niet door de techniek, maar door de patiënten, benadrukt Engelen. “Zelf de bloeddruk opnemen thuis, om maar wat te noemen.” Dergelijke verbeteringen moeten ertoe leiden dat de kostbare bezetting van ziekenhuisbedden vermindert: “Het geld dat we zo besparen, kunnen we goed voor onderzoek gebruiken.”

Ook het derde muzikale intermezzo is van een leerling van de Academie Muzikaal Talent uit Utrecht. Manuel Sanguino (14) speelt het technisch uitdagende stuk Caprice en forme de valse van P. Bonneau op zijn saxofoon. Hoeveel hoop op een excellente muzikale toekomst kun je nog meer hebben?

Na de menselijke en materiële kant van ondernemen neemt Paul de Blot (1924) de geestelijke kant ervan als uitgangspunt voor zijn rede. De hoogleraar Business Spirituality van Nyenrode stelt als intro de prikkelende vraag waarom sommige ondernemers succes hebben en anderen niet. Bepalende factor daarbij is de zogenaamde spirituele zekerheid. Die basic trust, geloof in zekerheid en vertrouwen in jezelf en anderen, biedt houvast voor de toekomst geeft De Blot aan. Als voorbeeld noemt de hoogleraar Nelson Mandela die ondanks een jarenlang verblijf in de cel op zichzelf bleef vertrouwen. Een dergelijke ervaring kent De Blot uit zijn eigen leven. In de Tweede Wereldoorlog zat hij langdurig in een Japanse dodencel. Op het moment dat hij de moed dreigde te verliezen, haalde een vriend hem uit zijn défaitistische toestand. Vanaf dat moment leefde er een innerlijke zekerheid in hem die hem resoluut deed geloven in een succesvolle toekomst. “Ook al is alles mislukt, wat ik heb gepland” voegt De Blot er schijnbaar tegenstrijdig aan toe. “Elk mens is zelf de belangrijkste component van succes. Geloof en vertrouw in jezelf, dan doet een ander het ook.”

Het filosofisch getinte verhaal van De Blot inspireert een congresganger nog tot een vertwijfelde uitspraak over de gretigheid die de mens ten gronde richt. Maar al de symboliek en wijsbegeerte verdwijnen al snel naar de achtergrond, als stemkunstenaar Niek Bos het programma afrondt met een kakofonische act.

Maar toegegeven, ook al is het Engels van de humanoid van steenkolenniveau ( ‘A very nice tomorrow’) en het geluid oorverdovend, de imitatie van een passerende sneltrein klinkt bewonderenswaardig echt. Trein naar de toekomst?